Ziet u hem nog zitten? Aan de kop van een gigantisch lange tafel (zo maken ze die niet bij Ikea!). Met heel ver van hem vandaan de toehoorder(s). Hoe konden de toehoorders het zachte stemmetje van Poetin verstaan? Een geluidsinstallatie? Zo schiep die kleine eenzame man een onoverbrugbare afstand tussen hemzelf en de ander(en). Misschien is hij wel een leerling van Sartre die zei: “De hel? Dat zijn de anderen.”

Met verbijstering heb ik dat tafereel een aantal malen gezien. Zo maak je dus duidelijk dat je geen overleg wil, geen diplomatie, geen gesprek. De beeldtaal is hier sterker dan het gesproken woord. Ik kreeg zelf bijna medelijden met die man, ware het niet dat de verwoestingen in Oekraïne nog op mijn netvlies brandden.

En wij maar klagen dat wij anderhalve meter afstand moesten houden van elkaar tijdens de corona-epidemie.

Wat Poetin ook niet meer kon op deze manier was de ander in de ogen kijken. Dat wilde hij natuurlijk ook niet maar hij kon zijn toehoorders moeilijk blinddoeken. Dat doen geweldenaars overal in de wereld wel met de mensen die zij willen doodschieten. Of zij laten hun slachtoffers hun gezicht afwenden en schieten ze dan van achteren neer. Dat kon Poetin niet doen voor het oog van de wereld. Vandaar die lange tafel.

En dan zie ik koning Saul weer zitten. Bevangen door kwaadaardige buien. Eenzaam. Ook God was hij kwijt. Snauwen en grauwen naar iedereen om hem heen. Alleen David mag hem proberen te kalmeren met het spelen op een harp. Hoewel ook David soms moest duiken voor een speer die naar hem toegegooid werd. Muziek kan blijkbaar troosten en kalmeren. Dat de harpen nooit zullen verstommen in de wereld. Dat vingers de snaren mogen beroeren in plaats van de trekker overhalen. Dat mensen elkaar telkens weer in de ogen durven kijken.

René Romijn.

Als er in Kerkelijk Nederland iets nieuws gebeurt is er altijd commentaar, of het nu gaat om een nieuwe Bijbelvertaling, een nieuw dienstboek of een nieuw liedboek. Dat was al in 1973 zo en het was in 2013 weer het geval. Al snel na het verschijnen van Liedboek 1973 kwamen er aanvullingen onder de naam Zingend Geloven, deel 1 verscheen in 1981 en deel 8, het laatste deel, in 2004. In 2005 verscheen de bundel Tussentijds als officiële aanvulling op Liedboek 1973. In 1999 verscheen de Evangelische liedbundel en een nieuwe versie onder de titel Hemelhoog kwam 2015. In 2006 verschijnt het Gereformeerd Kerkboek en daarvan kwam in 2017 nog een nieuwere versie uit. In 2009 verschijnt op Toonhoogte met een nieuwe versie in 2015. In 2016 verschijnt de bundel Weerklank. Al deze bundels bedienen het Evangelische gedeelte van de Protestantse Kerk en de kerken die niet met Samen op Weg zijn meegegaan. Ik vergeet dan nog de Opwekkingsliederen die nooit zoals de bovenstaande bundels gepubliceerd zijn maar inmiddels, voor zover ik heb kunnen nagaan tot nummer 857 zijn gekomen. Aan de andere kant van de Protestantse gemeenschap verscheen in 2015 de bundel Zangen van Zoeken en Zien met veel liederen die Liedboek 2013 niet hebben gehaald.

Naast de hier genoemde bundels kwamen er ook bundels van één dichter. Van Huub Oosterhuis verscheen in 2004 Verzameld Liedboek, nadat veel van zijn liederen al voorkwamen in de Katholieke bundels Liturgische Gezangen 1 (1979) en 2 (1985), in de Petrus en Paulus bundel 1987, in Gezangen voor Liturgie 1984 en 1996. Van Sytze de Vries kwamen de bundels Verzamelde Liederen 2009, Het liefste lied van overzee deel 1 (2012) en deel 2 (2015) met als kenmerk dat ze alle geschreven zijn op melodieën uit de Engelse Kerken. In 2021 verscheen Op Vleugels met veel nieuwe, maar ook een aantal al eerder gepubliceerde liederen. Bijzonder is de bundel Het lied op andere lippen (ontleent aan Lied 657 uit ons huidige Liedboek) waarin liederen staan die door Sytze de Vries en voorganger/muzikant/schrijver Erick Versloot worden toegelicht. Wilt u weten welke Liedbundels er allemaal zijn, kijk dan op: https://kerkliedwiki.nl/Portaal:Liedbundels.

Over al deze bundels mag je positieve en negatieve dingen zeggen en veelal gebeurt dat ook, soms al voor de bundels verschijnen en de commentator alleen vermoedt wat er in de bundel komt. Natuurlijk mag je liederen niet mooi vinden, maar als er 1286 liederen in een liedboek staan, zoals in ons huidige Liedboek 2013 dan moet je als voorganger toch een keus kunnen maken. In de Grote Kerk hebben we inmiddels ruim 700 verschillende gezongen en ik heb nog niet vaak gedacht: Dat hoeft voor mij niet weer.

Natuurlijk is het ook hier wel eens ‘van dik hout zaagt men planken’. Ik wil u één voorbeeld niet onthouden. Een predikant uit het noorden van het land ging tekeer tegen Lied 719 en indirect ook tegen het Liedboek en eindigde zijn verhaal met een eigen, niet zingbaar, couplet bij het lied:

Loof God voor liederen van alom
van dichters en prutsers, maar ook andersom;
dat ieder maar raak zingt na te zijn sufgeluld,
een loflied en dat het kan worden gebruld

Lees ik nu in regel drie ook enige zelfkritiek? of is dat wishful thinking. Een reactie op een criticaster van Liedboek 1973 was: U hebt het elke keer over wat er niet in staat, vertel eens wat er wel in staat en dat geldt ook voor Liedboek 2013 met ruim twee keer zoveel liederen. Een dominee vertelde mij op een bijeenkomst ter voorbereiding op Liedboek 2000, wat er nooit is gekomen, dat er voor een kerklied géén dichter nodig is en dat elke dominee een kerklied kan maken, ik ken inmiddels zijn liederen en dan toch liever een dichter al zijn er zeer goede dichters die ook voorganger zijn of waren!

Laten we hopen dat onze voorgangers nu en later het liedboek blijven verkennen en veel pareltjes zullen laten zingen, bekend of onbekend, want we zijn nooit te oud om wat nieuws te leren. Hiermee sluit ik mijn 9-delige serie over Liedboek 2013 af. Voor ik het vergeet: 14 mei wordt de eerste aanvulling op Liedboek 2013 gepresenteerd: Psalmen anders met 107 versies van de psalmen, b.v. Ps.1 krijgt naast 1a nu ook 1b. enz. Eind dit jaar verschijnen alle liederen van dichter/dominee Willem Barnard in de bundel In wind en vuur. Ik hoop dat we ook in Drachten voluit blijven zingen uit Liedboek 2013, zingen is tenslotte dubbel bidden. Tot zondag zingend in de kerk waar dan ook!

Een tijdje terug voerde een plaatselijk grootgrutter een actie met plakplaatjes over de geschiedenis van Drachten. Er hoorde ook een boek bij. Bij elke 10 euro aan boodschappen kreeg je 4 plaatjes. Maar er moesten 175 verschillende plaatjes in dat boek komen. Kunt u uitrekenen hoeveel boodschappen je op zijn minst moest doen om dat boek vol te krijgen! Toch is het ons gelukt. Met behulp van een buurvrouw, een bevriend stel, onze huishoudelijke hulp en de krantenbezorgster die veel contacten in de wijk heeft. Samenwerking. Dit was maar klein (wel een mooi boek geworden trouwens) maar mensen zijn hiertoe in staat en ze vinden het nog leuk ook. Poetin viel met een vernietigingsmachine met ongehoorde wreedheid Oekraïne binnen en veroorzaakte een tsunami van vluchtelingen. Maar zie daar: uit het niets schoten aan de Poolse grens allerlei organisaties en vrijwilligers te hulp om die vluchtelingen op te vangen. (helaas niet de Afrikaanse en Indiase studenten…) In Nederland werden er spontaan allerlei acties opgezet voor het inzamelen van hulpgoederen. Particulieren reden naar de Pools-Oekraïense grens om vluchtelingen op te halen. Stelden zelfs woonruimte beschikbaar. Samenwerking.

Soms is de mens een grote egoïst, soms lijkt hij ook wel wat op de mieren: allen samen voor één doel. Ik denk dat samenwerking ook beter voelt dan egoïsme. Misschien zijn wij ten diepste toch wel sociale dieren. Dat vergeten wij alleen nog al eens in het stemhokje. Uit verkiezingen komen toch wel vaak overwinnaars die maar voor één groep opkomen: de eigen. Vreemd eigenlijk.

Enfin, toen ik dat plaatjesboek over Drachten doorbladerde kwam ik ook de Grote Kerk tegen. En opeens kreeg ik een hele rare gedachte: waarom heet dat gebouw eigenlijk ‘Grote Kerk’? Zo bijzonder groot is het toch niet? Waarom heeft het niet een mooie veelbetekenende naam zoals die oude kerken in Groningen en Leeuwarden? En een nog gekkere gedachte: Waarom geven wij ‘ons’ gebouw niet alsnog een naam? Eéntje die past bij Drachten, bij ‘ons’ geloof en bij het gebouw? Een naam ook die het ‘samen’ laat uitkomen. Gek hè, zo’n gedachte!

René Romijn

Lichtstad
De nachtvorst heeft rijp over de velden uitgestrooid. Het lage zonlicht streelt de ijskristallen tot ze flonkeren als diamanten. Een wondere wereld waar ik nu in loop. Opeens moet ik aan een oud lied denken uit mijn jeugd: ’Lichtstad met uw paarlen poorten’. Ik wil die paarlen ook niet voor de zwijnen werpen maar ik vind diamanten toch mooier. Zeker als ze zomaar op de grond liggen.
In dé Lichtstad van Europa, Parijs, werd enkele jaren geleden te veel licht ontstoken: de Notre Dame, dat monument van gotiek en geloof, stond in lichterlaaie. Met bovenmenselijke in-
spanning wist de brandweer te voorkomen dat het hele gebouw zou instorten. Wat een ‘lichtbeelden’ gaf dat! Jaren voor die brand sloot het Urker Mannenkoor een concert af in die enorme kerk in Parijs (in klederdracht!) met dat lied: ‘Lichtstad met uw paarlen poorten.’ Ge-
woon in het Nederlands. De Parijzenaren hadden daar dus niet veel aan. Maar de zangers waren zichtbaar aangedaan door de woorden en melodie van dat lied. Zij zongen over een hemels Jeruzalem.
In onze eigen lichtstad, Eindhoven, is inmiddels het licht gedoofd. Philips heeft zijn lichtdivisie (alsof het een legeronderdeel is…) afgestoten. Zij denken in deze tijd meer geld te kunnen verdienen met medische apparatuur. Dat lukt nog niet altijd goed (apneu-apparaten) maar het licht is inmiddels uitgeblazen. Onze peertjes komen nu ergens anders vandaan. Zal wel uit China zijn.
Licht kan schitterend zijn, licht kan levensgevaarlijk zijn en licht kan doven. Het lied van het Urker Mannenkoor gaat over het verlangen naar een hemels Jeruzalem. Daar moet het wel licht zijn: geen rouw, geen tranen, maar een liefdesstem. Ikzelf zoek zo’n Jeruzalem meer hier op aarde. En soms vind ik het! In de natuur, in het zonlicht door glas-in- loodramen, in het licht in de ogen van mensen. Ik besef dan dat ook dat licht kwetsbaar is. De rijp kan smelten, het vuur kan verteren en het licht in ogen kan breken. Maar het visioen blijft. En houdt mijn lichtje brandende.

René Romijn

Misschien

De beroemde Italiaanse astronoom Galilei (1564-1642) liep in zijn tijd ook al tegen de absurditeit van sommige meningen aan. Hij had zelf een (de 1e?) telescoop gebouwd, had daarmee naar de planeet Jupiter gekeken en was tot de conclusie gekomen dat er vier manen om Jupiter draaiden. Gewoon, omdat hij ze gezien had. Maar in zijn tijd geloofden de kerkelijke hotemetoten nog dat de aarde in het middelpunt stond van ons zonnestelsel en dat dus alles om de aarde draaide. Ook de zon en de andere planeten. Zij meende dat het zo in Genesis stond.
Maar ja, Galilei zag vier stippen om Jupiter draaien en dus niet om de aarde. Op een gegeven moment maakte hij zijn ontdekking bekend en toen ontstond er tumult. Galilei was een ketter want hij trok de officiële leer van de kerk in twijfel.
Galilei, overtuigd als hij was van zijn wetenschappelijke ontdekking, nodigde de prelaten uit om door zijn telescoop te komen kijken. Dan konden zij met eigen ogen de manen van Jupiter zien. Maar dat deden de prelaten niet, dat was niet nodig volgens hen, zij wisten wel hoe de kosmos in elkaar zat. En dus keken zij niet met eigen ogen.
Tegenwoordig heb je mensen die het bestaan van het covidvirus ontkennen. Medici zeggen tegen die mensen: ‘Kom dan bij mij op de IC kijken.’ Of: ‘kom dan bij ons in het laboratorium kijken door de microscoop ‘. Maar net als de prelaten in de tijd van Galilei doen zij dat niet want zij weten dat het covidvirus niet bestaat. Hoe dan? Nou, gewoon.
En wij maar denken dat wij nu in de 21e eeuw alle bijgeloof achter ons gelaten hebben. Dat wij nu allen verlicht zijn door de wetenschap. Nee dus. Hoe kan dat toch? Wij breken er ons hoofd over maar snappen het niet. De mens blijkt weer eens een wonderlijk wezen. De ratio is een keuze. En vaccinatie bij een epidemie niet een vanzelfsprekendheid.
Ouders, geef uw kinderen op jonge leeftijd een telescoopje. Of een microscoop. Leer ze spelenderwijs dat kijken en meten is weten. Hun verwondering over de schepping zal er niet minder om zijn. Integendeel. Maar dan leren zij in elk geval dat zelf kijken heel belangrijk is. Misschien kunt u ze zo behoeden voor absurde meningen die nergens op gebaseerd zijn.
Misschien...
René Romijn