Bij de restauratie van de Grote kerk in 2015 zijn onder de vloer in de toren een altaarsteen en een sarcofaagdeksel gevonden. De altaarsteen ligt nu op een houten onderstel en het sarcofaagdeksel ligt nu voor de herenbank aan de oostkant van de kerkruimte.
Helaas is het sarcofaagdeksel tijdens het opgraven beschadigd: er waren 2 stukken steen afgebroken. In juli is het sarcofaagdeksel gerepareerd op kosten van de Stichting Vrienden van de Grote Kerk.
Enige informatie over sarcofagen en de deksels.
Sarcofagen werden gemaakt uit rode zandsteen afkomstig uit het gebied rond de Mainz in Duitsland.
De brok steen werd in Nederland verwerkt tot een doodskist met bijbehorend deksel. Beide werden “trapeziumvormig” afgewerkt: boven 70 cm., onder 60 cm. en 145 cm. hoog. Ooit is het deksel bijgekapt tot een rechthoekig formaat van 145 bij 60 cm.
Het deksel werd versierd afhankelijk van de persoon die in de sarcofaag begraven werd. Op dit sarcofaagdeksel zijn 2 bisschopsstaven zichtbaar en daar tussen in een staf met een kruis en bovenop een haan. De haan symboliseert de waakzaamheid en boete.
De bisschopsstaven wijzen erop dat er een belangrijk persoon in begraven is geweest: waarschijnlijk een bisschop of een abt van een klooster.
Hoe komen deze voorwerpen uit de Rooms-Katholieke tijd hier in een als Hervormde kerk gebouwde kerk terecht? Ze moeten bij de bouw ergens anders vandaan hier naar toe zijn gebracht en waarom zou dat dan gebeurd zijn?
De “Nije Kercke” aan de vaart is in 1743 gebouwd ter vervanging van de oude kerkjes op de Zuider- en Noorder begraafplaats. Daarvoor was het kerkje op de Zuider begraafplaats al een opvolger van het kerkje dat ooit gestaan heeft bij de Arke in wijk de Drait. Zou het sarcofaagdeksel hier vandaan ook mee verhuisd zijn naar het Zuiderkerkje en later nog eens naar de huidige Grote kerk? Maar waar zou dan de bijbehorende sarcofaag gebleven zijn? Of is het ook mogelijk dat de sarcofaag en deksel afkomstig zijn van het klooster in Smalle Ee?
Er blijven dus veel vragen over rond de “gevonden voorwerpen” in de vloer van de Grote kerk. Er zullen waarschijnlijk nooit antwoorden komen op de vragen, maar iets bijzonders is het zeker wel.
Johannes van der Veen